235241 | 12.12.2008 BVR tot uitvoering van titel XVI van het decreet 05.04.1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid [ Milieuhandhavingsbesluit ]
Vlaams Min. van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,CREVITS Hilde
B.S.,10.02.2009,1e uitgave,V.179,(46),8816-8830+bijlagen 8831-8861
Dit besluit organiseert het milieuhandhavingsbeleid en bevat bepalingen over het toezicht, de bestuurlijke maatregelen, de bestuurlijke geldboeten en de veiligheidsmaatregelen voor negen belangrijke milieuhygiënewetten en -decreten. De lijst van milieu-inbreuken, vermeld in art. 16.1.2, 1, f), en art. 16.4.27, lid. 3, van het decreet 05.04.1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt in de bijlage van dit besluit gevoegd.
De afdeling, bevoegd voor bestuurlijke handhaving, wordt aangewezen als gewestelijke entiteit, bevoegd voor het opleggen van de alternatieve bestuurlijke geldboete of de exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in art. 16.1.2, 4, van het decreet 05.04.1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De vaste secretaris van de Raad bezorgt het goedgekeurde milieuhandhavingsprogramma en het milieuhandhavingsrapport elektronisch aan betrokken overheden. De provinciale toezichthouders, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones moeten beschikken over een bekwaamheidsbewijs. Om dat bewijs te verkrijgen, moeten toezichthouders opleidingen volgen. Binnen 1 jaar na 20.02.2009 moet elke gemeente beroep kunnen doen op minstens één toezichthouder, hetzij een gemeentelijke toezichthouder, hetzij een toezichthouder van een intergemeentelijke vereniging, hetzij een toezichthouder van een politiezone.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet een gemeente met meer dan 300 inrichtingen van klasse 2 overeenkomstig titel I van het Vlarem of meer dan dertigduizend inwoners indien het aantal inrichtingen onvoldoende gekend is minstens een beroep kunnen doen op twee toezichthouders, hetzij gemeentelijke toezichthouders, hetzij toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen, hetzij toezichthouders van politiezones.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet elke intergemeentelijke vereniging die toezichthouders aanwijst, minstens 2 toezichthouders aanwijzen per begonnen schijf van 5 gemeenten die voor het volledige pakket van toezichttaken een beroep doen op de toezichthouders van de intergemeentelijke vereniging.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet elke politiezone die uit meer dan één gemeente bestaat en die toezichthouders aanwijst, minstens twee toezichthouders aanwijzen per begonnen schijf van 5 gemeenten die voor het volledige pakket van toezichttaken beroep doen op deze toezichthouders van een politiezone. Het college van burgemeester en schepenen, het bevoegde orgaan van de intergemeentelijke vereniging en het bevoegde orgaan van de politiezone stellen de waarnemende lokale toezichthouders aan. De provinciale en de gemeentelijke toezichthouders, de toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en de toezichthouders van politiezones verkrijgen vanwege de afdeling, bevoegd voor erkenningen hun legitimatiebewijs samen met het bekwaamheidsbewijs. Dat legitimatiebewijs wordt opgemaakt naar het model van het legitimatiebewijs van de gewestelijke toezichthouders.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet een gemeente met meer dan 300 inrichtingen van klasse 2 overeenkomstig titel I van het Vlarem of meer dan dertigduizend inwoners indien het aantal inrichtingen onvoldoende gekend is minstens een beroep kunnen doen op twee toezichthouders, hetzij gemeentelijke toezichthouders, hetzij toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen, hetzij toezichthouders van politiezones.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet elke intergemeentelijke vereniging die toezichthouders aanwijst, minstens 2 toezichthouders aanwijzen per begonnen schijf van 5 gemeenten die voor het volledige pakket van toezichttaken een beroep doen op de toezichthouders van de intergemeentelijke vereniging.
Binnen 2 jaar na 20.02.2009 moet elke politiezone die uit meer dan één gemeente bestaat en die toezichthouders aanwijst, minstens twee toezichthouders aanwijzen per begonnen schijf van 5 gemeenten die voor het volledige pakket van toezichttaken beroep doen op deze toezichthouders van een politiezone. Het college van burgemeester en schepenen, het bevoegde orgaan van de intergemeentelijke vereniging en het bevoegde orgaan van de politiezone stellen de waarnemende lokale toezichthouders aan. De provinciale en de gemeentelijke toezichthouders, de toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en de toezichthouders van politiezones verkrijgen vanwege de afdeling, bevoegd voor erkenningen hun legitimatiebewijs samen met het bekwaamheidsbewijs. Dat legitimatiebewijs wordt opgemaakt naar het model van het legitimatiebewijs van de gewestelijke toezichthouders.
